Besluit BAG in Staatsblad gepubliceerd

Na de wijzigingswet is ook het Besluit BAG als algemene maatregel van bestuur ondertekend door de Koning en op 19 juli in het Staatsblad gepubliceerd. Dit wijzigingsbesluit wijzigt het Besluit basisregistraties adressen en gebouwen (hierna: het besluit). De wijziging houdt verband met de Wet van 10 februari 2017 tot wijziging van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en enige andere wetten in verband met modernisering en vereenvoudiging van de registratie en het toezicht (Stb. 2017, 60) (hierna: wijzigingswet). De wijzigingswet is tot stand gekomen naar aanleiding van een uitgevoerde evaluatie van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (hierna: wet). Die evaluatie heeft een aantal verbeterpunten opgeleverd. Die punten zijn verwerkt in de wijzigingswet en werken door in de onderliggende regelgeving. Zodoende is ook het besluit aangepast. Het doel van het onderhavige wijzigingsbesluit is het in overeenstemming brengen van het besluit met de gewijzigde opzet en inhoud van de wet. Voor een uitgebreide toelichting op het gewijzigde systeem wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij het voorstel van de wijzigingswet. Naast de aanpassingen die voortvloeien uit de gewijzigde systematiek, die in de wijzigingswet is doorgevoerd, zijn er inhoudelijke wijzigingen in het besluit aangebracht. Het betreft een wijziging van de lijst van te registreren gegevens in de bijlage bij het besluit ten opzichte van de «lijst» zoals die was opgenomen in de artikelen 19 tot en met 25 van de wet zoals die luidde voor de inwerkingtreding van dit wijzigingsbe-sluit en een wijziging met betrekking tot het toekennen van identificatie-codes bij splitsing en samenvoeging van woonplaatsen en openbare ruimten. De toekenning van nieuwe identificatiecodes blijkt in veel gevallen niet nodig en niet wenselijk.

Gewijzigde systematiek en gewijzigde Wet basisregistratie adressen en gebouwen

De aanpassing van het Besluit basisregistraties adressen en gebouwen aan de gewijzigde wet betreft, naast redactionele aanpassingen, ten eerste de samenvoeging van twee bepalingen waarin brondocumenten zijn benoemd (de artikelen 7 en 8). De wettelijke voorschriften voor het bewaren van brondocumenten in een afzonderlijk register zijn bij de wijzigingswet vervallen, maar de brondocumenten blijven onverminderd de basis voor opname van gegevens in de registratie. De brondocumenten voor de registratie zijn dezelfde gebleven. Voor zover aan brondocumenten met zoveel woorden de eis van schriftelijkheid werd gesteld, is deze eis echter vervallen in verband met de in de wet gewijzigde definitie van brondocument. Volgens die definitie kan een brondocument elke vorm hebben. Daarmee is aangesloten bij de praktijk van digitalisering, welke praktijk meebrengt dat een brondocument de vorm kan hebben van een elektronisch (systeem)bericht. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een in artikel 7, onderdeel m, onder 3°, genoemde ambtelijke verklaring die strekt tot een wijziging of opneming van één of meer gegevens in het belang van een goede registratie, welke wijziging of opneming niet voortvloeit uit een ander brondocument. Een dergelijke ambtelijke verklaring speelt onder meer een rol indien een object is geregistreerd met de aanduiding dat de registratie is gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10 van de wet. Die aanduiding brengt volgens de wet mee dat geen gebruiksplicht bestaat voor de over het object opgenomen gegevens. Indien is komen vast te staan dat er geen ander brondocument zal volgen, omdat besluitvorming over het object niet nodig is, bijvoorbeeld omdat het object vergunningvrij is, is het in het belang van een goede registratie om de aanduiding «geconstateerd» te verwijderen. Dit kan dan gebeuren op basis van de hier bedoelde ambtelijke verklaring. Een tweede aanpassing van het besluit betreft de opsomming van de te registreren gegevens, met bepaling van het al dan niet authentieke karakter van die respectieve gegevens. Deze opsomming was voorheen in wetsartikelen opgenomen. Bij de wijzigingswet is die opsomming vervallen en vervangen door een bepaling (artikel 19, eerste lid) waarin in algemene bewoordingen is opgenomen welke gegevens over objecten worden geregistreerd: een identificerend objectnummer, beschrijvende gegevens, temporele gegevens en meta-gegevens. De gewijzigde wet regelt daarbij dat met betrekking tot die gegevens en de bepaling daarvan nadere regels bij algemene maatregel van bestuur worden gesteld. Dat betekent dat over de algemene opsomming uit de aanhef van artikel 19, eerste lid, van de wet bepaald kan worden welke gegevens daaronder precies moeten worden verstaan. Deze nadere invulling heeft vorm gekregen in een bijlage bij het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen. De opsomming in afzonderlijke artikelen, zoals die in de wet was opgenomen, werd niet opportuun en minder overzichtelijk geacht. Voorts zijn twee termijnbepalingen die voorheen in de wet stonden, op basis van de gewijzigde wet nu in het besluit opgenomen. Het betreft de termijn waarbinnen een gegeven in onderzoek wordt geplaatst nadat er een terugmelding of correctieverzoek is gedaan, en de termijn waarbinnen het onderzoek naar aanleiding van een dergelijke terugmelding of een dergelijk correctieverzoek moet zijn afgerond. Ten slotte zijn verwijzingen naar wetsartikelen en de naamgeving van de registratie aangepast aan de gewijzigde wet. In de artikelsgewijze toelichting wordt nader op de specifieke aanpassingen ingegaan. Naast de hiervoor genoemde wijzigingen die voortvloeien uit de gewijzigde systematiek van de regelgeving omtrent de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG), zijn enkele inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Die worden in de volgende paragrafen toegelicht. 2.2 Wijziging van de te registreren gegevens Ten opzichte van de gegevens die in de wet waren genoemd, zijn twee wijzigingen doorgevoerd: er is één gegeven niet meer opgenomen in de lijst van te registreren gegevens, terwijl een ander gegeven juist aan de lijst is toegevoegd. Het gegeven dat in de lijst niet meer is vermeld, is de aantekening «in onderzoek», indien toepassing is gegeven aan artikel 39, tweede lid, of artikel 41, tweede lid, van de wet. Dat gegeven is namelijk expliciet genoemd in artikel 19, eerste lid in samenhang met het vierde lid, onderdeel b, van de wet, als meta-gegeven dat in de registratie wordt opgenomen. Bovendien is in de artikelen 39, tweede lid, en 41, tweede lid, expliciet bepaald dat de aantekening «in onderzoek» bij bepaalde gegevens geplaatst moet worden. Dit gegeven wordt dus al geregistreerd en er zijn geen nadere regels nodig. Het nieuwe gegeven ten opzichte van de oude artikelen 19 tot en met 25 van de wet is het begin en eventuele einde van registratie van een bepaalde combinatie van gegevens over een object in de basisregistratie (de registratie van de bronhouder/gemeente). De wet kende reeds gegevens over het begin en einde van de geldigheid van een bepaalde combinatie van gegevens over een object. Daaraan is toegevoegd de begintijd en in voorkomende gevallen de eindtijd waarop een bepaalde combinatie van gegevens over een object in de registratie is opgenomen. Het tijdstip van registratie is niet steeds hetzelfde als het tijdstip van de geldigheid: die laatste kan bijvoorbeeld afhankelijk zijn van de inwerking-treding van een besluit. Dit meta-gegeven kan in het gemeentelijke systeem automatisch worden gegenereerd en dient voor procesbewaking en bijhouding van historie. Om die reden is daarom sprake van een niet-authentiek gegeven. Voor dezelfde doelen als hierboven beschreven voor de opname van het tijdstip van registratie in de registratie van de bronhouder, is een bepaling toegevoegd dat het tijdstip van opname van gegevens in de landelijke voorziening wordt bijgehouden door de beheerder van die voorziening, de Dienst voor het kadaster en de openbare registers.

 

Identificatiecodes bij splitsing en samenvoeging van woonplaatsen en openbare ruimten

Bij de evaluatie van de wet is de wens geuit om bij wijzigingen van woonplaatsen alleen de geometrie te wijzigen. De regels voor wijzigingen van woonplaatsen die in het tweede en derde lid van artikel 10 van het besluit waren opgenomen, brachten onder meer mee dat in veel gevallen mutaties in de registratie moesten worden doorgevoerd die voor gebruikers de indruk wekten dat verhuizingen naar andere woonplaatsen hadden plaatsgevonden, terwijl het uitsluitend «administratieve verhui-zingen» betrof. Bij wijziging van openbare ruimten deed zich hetzelfde voor. Het BAG Bronhouders- en Afnemers Overleg (BAG BAO) heeft nader onderzoek laten doen naar het behoud van de identificatiecode bij geometriewijzigingen. Op basis van de resultaten is door het BAG BAO geadviseerd artikel 10 van het besluit aan te passen. Het advies houdt in dat de identificatiecode van de woonplaats alleen wordt gewijzigd in het geval van splitsing van een woonplaats, voor zover de opgesplitste delen geen deel gaan uitmaken van een andere bestaande woonplaats. Bij samenvoeging van (een deel van) een woonplaats met een andere woonplaats wordt ofwel één van de woonplaatsen opgeheven (als deze geheel met een andere woonplaats wordt samengevoegd), ofwel wijzigt alleen de geometrie van beide woonplaatsen. Op die manier leidt de wijziging van de geometrie van een bestaande woonplaats niet tot wijziging van de identificatiecode van die woonplaats. Het BAG BAO heeft hierbij tevens geadviseerd om, gezien de overeenkomsten in de aard van de problematiek, dezelfde aanpak te volgen bij wijzigingen van openbare ruimten. Gelet op het uitgebrachte advies zijn het tweede en derde lid van artikel 10 heroverwogen. Geconcludeerd is dat opvolging van het advies aanbeveling verdient. Een en ander heeft geleid tot een formulering van artikel 10 die inhoudt dat bij splitsing van een woonplaats of openbare ruimte alleen een daardoor nieuw ontstane (oftewel niet reeds aanwezige) woonplaats of openbare ruimte van een nieuwe identificatiecode wordt voorzien. Dat aan een nieuw ontstaan object een identificatiecode wordt toegekend, volgt uit artikel 19, eerste lid, van de wet en het nieuwe artikel 8 van het besluit in samenhang met de bij het besluit behorende bijlage. Een bij splitsing betrokken reeds bestaande woonplaats of openbare ruimte wordt niet geacht op te houden te bestaan, maar ondergaat alleen een wijziging van de geometrie. Bij samenvoeging van twee woonplaatsen of openbare ruimten houdt de ene daarbij betrokken woonplaats of openbare ruimte op te bestaan, en wijzigt de geometrie van de andere woonplaats of openbare ruimte. Bij dat laatste bekijkt de gemeente per geval welk betrokken object logischerwijs geacht wordt voort te bestaan en welk object verdwijnt.

skyline

Beeld: ministerie IenM